Pubermeisjes die voor de eerste keer een depressie krijgen, houden daar geen psychische en sociale littekens aan over
14-01-2008
Meisjes die in de puberteit voor de eerste keer een depressie krijgen, houden daar geen psychische en sociale littekens aan over die hen gevoelig maken voor nieuwe depressies. Het krijgen van een depressie vergroot weliswaar de kans dat iemand nogmaals depressief wordt, maar dat komt niet doordat de meisjes door zo’n eerste depressie plotseling veel gaan piekeren, minder zelfvertrouwen krijgen of andere risicofactoren voor depressie ontwikkelen. Nee, die risicofactoren waren vóór de eerste depressie al aanwezig.
Dat rapporteert een team Amerikaanse psychologen, onder wie piekerdeskundige Susan Nolen-Hoeksema, in het blad van Journal of Consulting and Clinical Psychology.
De ‘littekenhypothese’ voor depressie dateert al uit 1981, maar was eigenlijk nooit goed getest. De Amerikaanse psychologen onderwierpen haar aan een longitudinaal onderzoek. Ze volgden een groep van 496 meisjes, die aan het begin van het onderzoek tussen de 11 en 15 jaar oud waren, gedurende zeven jaar. Jaarlijks werd de meisjes gevraagd naar depressieve symptomen, overgevoeligheid, piekeren, zelfvertrouwen,het gevoel dat ze steun hadden van ouders en vrienden, het gevoel dat hun ouders hen goed in de gaten hielden, sociaal aangepast zijn, agressief en delinquent gedrag, drank- en drugsgebruik, symptomen van bulimia (eetbuien, braken, vasten), en eventuele stressvolle gebeurtenissen (auto-ongeluk, ziekte). Misschien niet alle mogelijke ‘littekens’, maar wel een veelomvattende lijst.
Van deze meisjes kregen er 49 tijdens het onderzoek een depressie die ook tijdens het onderzoek weer overging. Deze meisjes werden voor, tijdens en na hun depressie vergeleken met een groep van (om statistische redenen) 98 willekeurig geselecteerde meisjes die gedurende het hele onderzoek niet depressief werden.
Het bleek dat de meisjes die depressief werden op alle onderzochte factoren slechter scoorden dan de meisjes die niet depressief werden, en wel voor, tijdens én na de depressie. Die slechte scores konden dus geen littekens van de depressie zijn, maar veeleer risicofactoren voor een depressie. Tijdens de depressie gingen de scores op piekeren, overgevoeligheid, slechte sociale aanpassing en (niet verwonderlijk) depressieve symptomen nog eens extra omhoog.
Het goede nieuws is dat de in deze studie onderzochte factoren die een eerste depressie lijken aan te kondigen (een causaal verband is niet aangetoond), kunnen worden aangepakt – bijvoorbeeld door middel van preventieve cognitieve therapie.
Bron: NRC
|
|
|
 |
Examen? Eet dan niet teveel! Het geheugen werkt dan optimaler, zo blijkt uit onderzoek. Alles heeft te maken met het hongerhormoon 'ghreline'. Deze wakkeren niet enkel de eetlust op, maar ook de zenuwcellen van de hippocampus, het gebied waar zich het... Lees verder
|
|